Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 15 november 2016

Even voorstellen: Nicole Miggels

Niet stemmen? Niet zeuren!

‘In mijn horeca-tijd was ik dat wel een beetje gewend, maar nu na mijn wereldreis valt me op, dat om mij heen soms zo veel over politiek gezeurd wordt. Er zijn er die nooit gaan stemmen en dan zeg ik: dan moet je ook niet mopperen; hup, doe iets voor de samenleving’. Net terug van een trektocht van 1½ jaar door Australië, Zuidoost-Azië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten, pakt Nicole Miggels (1984) een nieuwe draad op, en daarin past het lidmaatschap van D66.

Hoe belandde je in en wat deed je bij de horeca?
Mijn ‘schoolcarriére’ is nogal lang, omdat ik niet wist welke richting ik op wilde: Sokkerwei, J.P. Thijsse, Clusius, MBO Paardenhouderij. Toch geloof ik in een leven lang leren. Ik ging werken bij een stal in Bakkum en verdiende daar, ik weet het nog precies, 343 euro in de maand. Daar kan je de huur zelfs niet van betalen. Dus ik moest  bijverdienen. Ik ga graag met mensen om en van mijn familie zat iedereen in de horeca. Dat was de logische volgende stap:  ik begon met werken op het strand, vervolgens in Castricum op het Horecapleintje en tenslotte in Bakkum; altijd in de bediening, achter de bar of bezig met het organiseren van evenementen.

Naast mensenmens ook een doener?
Dat zit ook in de familie. Mijn moeder had een café in Castricum, mijn vader werkt als levensmiddelentechnoloog en was vroeger ’s-avonds disc-jockey en barkeeper, mijn zusje is nu nog chef in een strandrestaurant, maar vertrekt binnenkort voor een jaar naar Canada. Hoewel geen stilzitter, ben ik wel heel leergierig en nieuwsgierig: ik heb een HBO Hospitality gedaan en doe nu aan de HvA een deeltijd HBO Bedrijfskunde.

Jij en je familie, jullie zijn kennelijk ‘Bekende Castricummers’. Maar de naam Miggels klinkt niet Castricums.
Klopt. Er wonen er wel een paar, maar mijn ouders waren oorspronkelijk Zaankanters en zijn in de jaren ‘60 in Castricum neergestreken; eerst mijn moeder, toen mijn vader. Mijn ouders hebben elkaar hier ontmoet. Ik ben hier geboren en getogen: voornamelijk wereldburger en ook Bakkummer, in die volgorde.

Nog behept met het Zaanse rood der sociaal democratie?
Mijn oma was zelfs communist, vuurrood! Mijn moeder is lid van de PvdA. Maar ik vind die partij te conservatief, te vastgeroest en tegelijk wispelturig. Ik kwam op D66 uit omdat die realistisch is en verder kijkt dan het strikte korte termijn eigenbelang. Ik heb net 1½ jaar over de wereld gereisd en heb mensen leren kennen uit alle windstreken. Als je van verre het Nederlandse nieuws volgt denk je: wat een geneuzel toch allemaal. Hoe kom je erbij om de open grenzen, om Europa ter discussie te stellen? D66 heeft, vind ik, het meest een open mind. Deze zomer reisde ik met de trein van Californië naar New York. In dat hele grote middenstuk, waar Trump zijn stemmen haalde, merkte ik dat mijn generatie daar óók verder kijkt, niet navelstaart. Daar heeft Hillary niet verloren van Trump, maar van Bernie Sanders.

Dit najaar maak je een nieuwe start. Wat hoort daar allemaal bij?
Mijn HBO Bedrijfskunde dus, en ik ben taalcoach geworden voor immigranten met verblijfstatus hier in Heemskerk. Voor de kost ga ik een tijdje als intercedente bij een uitzendbureau aan de slag. Later wil ik de H.R. in, zeg maar personeelswerk. Over opleiding en vorming hoorde ik mezelf laatst in een discussie zeggen: ieder jong mens zou verplicht een half jaar in militaire dienst moeten én een half jaar op wereldreis. Let wel: zowel jonge mannen als jonge vrouwen. Als ik ouderen hoor over de militaire dienst merk ik dat het o.a. samenhorigheid creëert, een band met elkaar. Wat betreft het reizen is het verhelderend om andere culturen te leren kennen en jezelf te realiseren dat Nederland niet het centrum van de wereld, de standaard, is. Daarom ben ik een groot voorstander van het idee dat iedere Europeaan die 18 word een Europese Raillpas krijgt en daarmee rest van Europa kan ontmoeten.

Wat zou je aan D66 kunnen bijdragen?
Laatst heb ik een raads-carrousel bezocht en zag al snel: dat is niets voor mij. Wat een gepietepeuter over niets. Ik zou graag wat serieuzere problemen willen adresseren. Daarom focus ik me liever op de landelijke politiek. Overigens: roept u maar, ik kan goed organiseren, ik  ben een doorpakker. Politici die mij hebben geïnspireerd, zijn Alexander Pechtold, Femke Halsema, Bernie Sanders en Nelson Mandela.

Bakkum 10 november 2016

Jan Schipper