Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 9 februari 2017

Even Voorstellen: Bert Roodhof

Niet werkloos aan de kant

‘Sinds een paar maanden ben ik lid van D66, omdat ik in deze onrustige tijden niet aan de kant wil blijven staan. Ik heb het verkiezingsprogramma 2014 bekeken en op basis daarvan denk ik dat ik voor 2018 wel een bijdrage kan leveren’. Dat mailde Bert Roodhof (53, gehuwd, 2 kinderen) op 18 januari, opgewekt door de eindejaarswens van het lokale Bestuur aan de plaatselijke leden. Fluks afgesproken dus!

Wat heeft u zoal in de aanbieding?

Vanaf de middelbare school ben ik al maatschappelijk geïnteresseerd, soms wat meer en soms wat minder actief. Met de snelle veranderingen in de wereld voelde ik een steeds grotere urgentie om lid van een politieke partij te worden. Oplossingen krijg je immers  niet door met de ruggen naar elkaar toe te gaan staan.

16 Jaar geleden zijn we vanuit Zaandijk in Castricum komen wonen. Een mooi dorp, aan de rand van polder bos en duin. U begrijpt dat we niet vrolijk werden van de plannen van ProRail voor een opstelterrein in de Castricummer polder. Ik heb toen het initiatief genomen tot de oprichting  van de actiegroep Opstelterrein Nee. In 2014-2015 heb ik daardoor veel partijen en vertegenwoordigers in onze en ook naburige gemeenten leren kennen. Dat gaf een boost: met elan en redelijkheid kan je als burger wél invloed uitoefenen.

Kwam u al uit de sociale geografie?

Allerminst. Mijn vrouw en ik zijn beiden in Sneek geboren. Later studeerden we allebei in Groningen. Mijn vrouw werkt hier in Castricum al jaren als psycholoog. Mijn eigen loopbaan verloopt minder in een rechte lijn. Ik ben begonnen als leraar Nederlands in het onderwijs, daarna werkte ik als user information specialist bij een automatiseringsbedrijf. Vervolgens kwam ik als adviseur terecht bij een communicatietraining en -adviesbureau. Vandaar uit belandde ik bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en nu bij Rijkswaterstaat, in de bedrijfsvoering. Ik ben bedrijfscontroller.

Ook naar ambassades uitgezonden geweest?

Nee, bij BZ werd ik in eerste instantie aangenomen om ervoor te zorgen dat de ambtsberichten beter werden en binnen een bepaalde termijn tot stand kwamen. Uiteindelijk moesten die standhouden in de rechtbank. Bij bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek kon een ambtsbericht in de dagelijkse praktijk het verschil maken tussen verblijfsvergunning of teruggestuurd worden.

Speelde de Haagse politieke wind daarbij voor u een grote rol?

Wel wat, maar ik denk niet wezenlijk. Toen ik bij Buitenlandse Zaken begon werd er gehecht aan het belang van de kwaliteit van ambtsberichten om er voor te zorgen dat asielverzoeken niet onterecht werden afgewezen. Een paar jaar later werd nog steeds veel belang aan die kwaliteit gehecht, maar nu om ervoor te zorgen dat asielverzoeken terecht werden afgewezen. In de jaren dat ik vanuit de zijlijn betrokken was bij het vluchtelingenbeleid, veranderde de politieke en maatschappelijke wind. Mijn werk veranderde echter niet.

Hoe wordt een talenmens van een praatministerie cijferaar van een doe-club?

Communicatie gaat vooral over het overbrengen van de boodschap, het gaat niet over de boodschap zelf. Na een jaar of tien mensen geholpen te hebben om hun boodschap zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen, wilde ik zelf ook meer met inhoud bezig zijn. In het werk dat ik nu doe adviseer ik nog steeds anderen, maar nu over het effect van hun werk, in plaats van over het effect van een boodschap.

Ligt het hart nou bij de zachte of de harde sector?

Dat is niet echt een bewuste keuze. Ik heb bezwaar gemaakt tegen de plannen voor een opstelterrein in de driehoek Castricum-Uitgeest-Heemskerk, omdat ik vond dat de leefbaarheid in de gemeente daarmee onevenredig zou worden aangetast. Het is dan meegenomen dat je ervaring hebt met procedures en bestuurlijke processen op het vlak van ruimtelijke ordening. Tegelijkertijd ben ik als vrijwilliger ook voorzitter van de landelijke patiëntenvereniging Stichting Zaadbalkanker. Dat heet dan blijkbaar  ‘zachte kant’. Als ex-patiënt vind ik het heel belangrijk dat zaadbalkanker in een vroeg stadium wordt ontdekt. Daarmee voorkom je vervolgbehandelingen als chemotherapie, buikoperaties en blijvende gezondheidsschade. Soms moet je niet aan de kant blijven staan, maar je hand opsteken. Kijk dus maar waar u me voor D66 Castricum kunt inzetten.

Wat zeggen uw huisgenoten daarvan?

Mijn vrouw staat zoals gezegd zelf midden in de samenleving en in mijn kinderen zie ik het activistische terug dat ik had toen ik zo jong was als zij. Het hele gezin kan met de 5 richtingwijzers van D66 uit de voeten.

Jan Schipper
30 januari 2017